Je kent dat moment vast.
Je hebt vakantie gehad. Afstand genomen. Gewandeld. Gelezen. Misschien wat vaker uit het raam gekeken dan naar je scherm. En ergens onderweg viel er iets op zijn plek.
Ineens zag je het.
Dat je te vaak ja zegt terwijl je nee bedoelt.
Dat je lastige gesprekken uitstelt.
Dat je harder gaat werken zodra je eigenlijk richting nodig hebt.
Dat je gaat pleasen als iemand teleurgesteld is.
Dat je fel wordt als je je onzeker voelt.
Prachtig, zo’n inzicht. Echt. Ik ben dol op kwartjes die vallen.
Maar en ja er is een grote maar: inzicht verandert nog geen gedrag.
Jammer maar helaas!
En ergens ook maar goed. Anders zouden we na één goed gesprek allemaal verlicht door het leven gaan. Scheelde een hoop coaching, maar ik geloof er niks van.
Zeker. inzicht is het begin en nog niet het bewijs dat je al veranderd bent.
Daar gaat het vaak mis.
We begrijpen iets over onszelf en verwarren dat met ontwikkeling. We denken: nu ik het zie, doe ik het voortaan anders.
Maar zo werkt het meestal niet.
Je brein is geen keurige projectmap waarin je even een nieuw tabblad aanmaakt: “Vanaf nu volwassen reageren.”
Onder druk grijpen we vaak terug op oude patronen. Gewoon omdat die patronen ons bekend zijn. Ze hebben ooit gewerkt. Misschien niet ideaal, maar wel veilig genoeg. Ik bedoel deze patronen:
Vechten
Vluchten
Bevriezen
Aanpassen
Oude strategieën die onder spanning nog steeds aan het stuur kunnen gaan zitten.
Niet fout.
Niet dom.
Wel iets om serieus te nemen.
Je neemt je dus voor het anders te doen maar waarom sneuvelen die goede voornemens zo vaak?
September lijkt op januari. Een nieuw begin. Schone agenda. Fris hoofd. Mooie plannen.
Ik ga mijn grenzen beter bewaken.
Ik ga meer delegeren.
Ik ga rustiger reageren.
Ik ga zichtbaarder zijn.
Ik ga dat lastige gesprek nu wél voeren.
Het klinkt goed en toch is dat al vaak is te groot, of te vaag en te afhankelijk van wilskracht.
En wilskracht is een onbetrouwbare collega.
Hij komt opdagen als je goed hebt geslapen, rustig bent en niemand aan je hoofd zeurt. Maar zodra je inbox ontploft, de agenda volloopt en iemand vraagt: “Heb je héél even?”, is wilskracht ineens spoorloos verdwenen.
Daarom werkt verandering beter als je het klein, concreet en passend maakt.
Gedragswetenschapper BJ Fogg laat in zijn gedragsmodel zien dat gedrag ontstaat als motivatie, je eigen kunnen en een trigger op hetzelfde moment samenkomen. Met andere woorden: je moet het willen, je moet het kunnen én er moet iets zijn dat je eraan herinnert. Als één van die drie ontbreekt, gebeurt er meestal niks. Heel herkenbaar. En soms ook irritant eerlijk.
Dus niet: “Ik ga beter mijn grenzen aangeven.”
Maar: “Als iemand mij vraagt om er nog iets bij te doen, zeg ik: ik kijk ernaar en kom er morgen op terug.”
Niet: “Ik ga rustiger reageren.”
Maar:“Als ik merk dat ik fel word, stel ik eerst één vraag voordat ik mijn mening geef.”
Niet:“Ik ga meer delegeren.”
Maar: “Elke maandag kies ik één taak die niet meer van mij hoeft te zijn.”
Kijk, nu wordt het gedrag. Niet groots. Wel uitvoerbaar.
De brug tussen inzicht en gedrag
Een mooie wetenschappelijke kapstok hiervoor zijn de zogenaamde implementation intentions van psycholoog Peter Gollwitzer. Simpel gezegd: als-dan plannen.
Als situatie X zich voordoet, dan doe ik Y.
Juist die koppeling tussen een herkenbare situatie en een concrete reactie helpt om nieuw gedrag makkelijker op te roepen. Niet omdat je ineens een ander mens bent. Maar omdat je jezelf op het juiste moment een bruggetje geeft. Dat bruggetje heb je nodig.
Want op rustige momenten weten we vaak prima wat verstandig is.
Natuurlijk wil je niet snauwen.
Natuurlijk wil je niet alles overnemen.
Natuurlijk wil je niet weer ja zeggen terwijl je hoofd nee schreeuwt.
Natuurlijk wil je dat lastige gesprek niet nóg een week uitstellen.
Maar gedrag wordt niet getest op rustige momenten. Gedrag wordt getest als het spannend wordt.
Als iemand teleurgesteld kijkt.
Als je bang bent voor gedoe.
Als je geen tijd hebt.
Als je je onzeker voelt.
Als je oude patroon fluistert: doe maar zoals je altijd deed, dat kennen we tenminste.
Ja, precies daar begint persoonlijk leiderschap. Niet in de mooie woorden. Maar in dat ene kleine moment waarop je anders kiest.
Ik geef je nog even drie stappen die je kunt zetten van van inzicht naar beweging
Stap 1: Kies één inzicht
Niet vijf. Niet je hele persoonlijkheid op de schop. Niet meteen een compleet leiderschapsmanifest.
Kies één inzicht.
Bijvoorbeeld:
Ik neem te snel verantwoordelijkheid over.
Ik vermijd lastige gesprekken.
Ik ga pleasen als iemand teleurgesteld is.
Ik maak mezelf kleiner in grotere gezelschappen.
Ik werk harder als ik eigenlijk keuzes moet maken.
Eén inzicht is genoeg. Sterker nog: één inzicht is vaak al veel.
Stap 2: Vertaal het naar zichtbaar gedrag
Vraag jezelf af: “Wat wil ik anders doen dat zichtbaar, hoorbaar of merkbaar is?”
Niet alleen voelen.
Niet alleen begrijpen.
Maar doen.
Dus niet: “Ik wil steviger worden.”
Maar: “Ik breng in het volgende overleg minimaal één keer mijn eigen punt helder in.”
Niet: “Ik wil minder pleasen.”
Maar: “Ik zeg deze week één keer nee zonder drie alinea’s uitleg.”
Niet: “Ik wil meer rust.”
Maar: “Ik plan elke vrijdag een half uur reflectietijd en behandel die afspraak alsof het een afspraak is met een belangrijke klant. Namelijk: met mezelf.”
Dat klinkt misschien overdreven. Is het niet.
Jij bent degene die je overal mee naartoe neemt. Best handig om daar af en toe onderhoud aan te plegen.
Stap 3: Maak het passend bij jou
Hier gaat het vaak mis. Mensen kiezen een aanpak die goed klinkt, maar totaal niet bij hen past.
De één houdt van structuur, lijstjes en planning. Heerlijk. Maak een schema. Zet het in je agenda. Vink af. Geniet ervan.
De ander krijgt al jeuk van een schema. Prima. Werk met een ritueel, een wandelmoment, een reflectievraag of een vaste sparringpartner.
De één heeft accountability nodig.
De ander ruimte.
De één leert door te schrijven.
De ander door te praten.
Weer een ander door te doen en daarna pas te snappen wat er gebeurde.
Onderzoek van Sheldon en Elliot naar self-concordant goals laat zien dat doelen die passen bij iemands waarden en persoonlijke interesses meer duurzame inzet oproepen en vaker worden bereikt. Of iets platter gezegd: als je doel niet van jou voelt, ga je het waarschijnlijk niet lang volhouden.
En dat is precies mijn punt.
Mensen zijn geen stappenplan.
Wetenschap kan richting geven.
Modellen kunnen helpen.
Onderzoek kan verklaren waarom iets werkt.
Maar jij moet voelen wat klopt. En daarna moet jij het doen. Ook echt gaan doen.
Dit pas ik ook in mijn coachingstrajecten toe. Ik geef je wat voorbeelden. Kijk eens wat bij jou past.
- Kies er één. Niet allemaal. We zijn aan het integreren, niet aan het verzamelen.
- Maak een als-dan zin. Zoals ; Als ik merk dat ik automatisch ja wil zeggen, dan zeg ik: “Ik kom hier later op terug.”
- Als ik voel dat ik fel word, dan stel ik eerst een vraag.
- Als ik een lastig gesprek wil uitstellen, dan plan ik binnen 24 uur een moment.
- Ik plan met mezelf een wekelijks reflectiemoment van 10 minuten is genoeg.
Wat gebeurde er deze week?
Waar schoot ik in mijn oude patroon?
Waar koos ik iets nieuws?
Wat wil ik volgende week oefenen?
Geen roman. Geen dagboek met gouden randje. Gewoon eerlijk kijken.
- Kies een ankerzin zoals : “Ik hoef het niet over te nemen.”
“Rust is ook leiderschap.”
“Ik mag duidelijk zijn zonder hard te worden.”
“Nee is ook een volledig antwoord.”
“Ik hoef niet te redden om van waarde te zijn.”
Schrijf hem op. Zet hem in je telefoon. Plak hem op je laptop. Desnoods op je broodtrommel. Als het maar werkt.
- Kies één oefenplek. Niet overal tegelijk. Bijvoorbeeld:
Alleen in het MT.
Alleen in één-op-één gesprekken.
Alleen bij die ene collega bij wie je altijd gaat pleasen.
Alleen op vrijdag, als je geneigd bent om alles toch nog
even af te maken.
Gedrag verandert makkelijker als je weet waar je gaat oefenen.
- Vertel het aan één betrouwbaar iemand. Niet de hele wereld. Niet LinkedIn. Gewoon één mens die naast je kan staan en af en toe vraagt: “En? Heb je jezelf nog verrast?” Dat helpt. Want verandering heeft vaak een getuige nodig.
- En als je leidinggeeft? Dan is dit niet alleen interessant voor jezelf, maar ook voor je team. Niet door op maandagochtend te zeggen:
“Zo mensen, we gaan eens even onze overlevingsmechanismen bespreken.”
Dan heb je kans dat iedereen direct in vechten, vluchten of bevriezen schiet. En terecht. Maar wel door een paar eenvoudige vragen te stellen:
Wat willen we na de zomer vasthouden?
Wat willen we niet automatisch weer oppakken?
Waar verliezen we als team onnodig energie?
Welke gewoonte helpt ons niet meer?
Wat hebben we nodig om prettig en effectief samen te werken?
Maak het ook hier concreet.
Niet: “We willen beter communiceren.”
Dat wil iedereen. Zelfs mensen die ondertussen drie weken niet reageren op je mail.
Wel: “We spreken irritaties eerder uit.”
“We maken besluiten explicieter.”
“We stoppen met overleg zonder eigenaar.”
“We nemen na elk overleg vijf minuten om acties helder te maken.”
Kijk. Dan gebeurt er iets. Dan wordt inzicht gedrag.
En tot slot
Kijk nog eens naar wat je al weet.
Naar wat je hebt gevoeld.
Naar wat je hebt gezien.
Naar wat je misschien al langer niet meer kunt wegduwen.
En kies dan één kleine beweging.
Niet om jezelf te verbeteren alsof je een project bent.
Maar om meer te leven en werken vanuit wie je werkelijk bent.
Helderder.
Steviger.
Eerlijker.
Dat is voor mij persoonlijk leiderschap. Niet de mooiste woorden gebruiken. Maar doen wat klopt. Ook als het spannend wordt. Juist dan.
En lukt het je niet alleen; ik help je graag een stukje verder!
NB: “Gebaseerd op inzichten uit gedragsverandering, implementation intentions en self-concordance theory.”



