Sta je op je plek, of speel je nog oude rollen?

In mijn vorige blog schreef ik over de stap van inzicht naar gedrag. Want iets over jezelf begrijpen is mooi. Belangrijk zelfs. Maar dan komt de echte vraag: Wat doe je ermee?

Bij leiderschap geldt dat misschien nog sterker.

Je kunt boeken lezen over leiderschap. Trainingen volgen. Feedback vragen. Modellen leren. Gesprekstechnieken oefenen. Allemaal nuttig. Maar soms zit de echte vraag een laag dieper.

Niet: wat moet ik doen?

Maar: Waar sta ik eigenlijk?

Neem ik mijn plek in? Of speel ik nog een oude rol?

Dat klinkt misschien wat abstract. Is het niet. Ik neem je mee.

Je ziet het elke dag.

  • De nieuwe leidinggevende die eigenlijk nog collega wil blijven.
  • De manager die conflicten gladstrijkt omdat spanning vroeger thuis onveilig voelde.
  • De professional die promotie heeft gemaakt, maar zich nog steeds gedraagt alsof zij toestemming nodig heeft.
  • De teamleider die alles oplost omdat hij ooit heeft geleerd dat hij pas waardevol is als hij nodig is.
  • De directeur die stevig lijkt, maar ondertussen vooral bezig is om niet afgewezen te worden.

Aan de buitenkant lijkt het leiderschap. Aan de binnenkant is het vaak oud gedrag in een nieuwe jas. En die jas kan prachtig zijn. Duur zelfs. Maar geloof me: als hij niet past, ga je schuren.

Je plek innemen is geen trucje

In systemisch werk wordt veel gesproken over “je plek innemen”.

Els van Steijn heeft dit voor veel mensen toegankelijk gemaakt met haar metafoor van de fontein. In haar boek De fontein, vind je plek,  beschrijft zij hoe belangrijk het is om je eigen plek in te nemen en de ander zijn of haar plek te gunnen. Haar werk is geworteld in het systemisch perspectief en wordt vaak gebruikt om patronen, loyaliteiten en terugkerend gedrag beter te begrijpen. Ik vind dat een prachtig boek en een geweldige metafoor.

Want een plek innemen gaat niet over jezelf groter maken dan je bent. 

Ook niet over dominant worden.
Niet over harder praten.
Niet over “nu ben ík hier de baas”.

(Daar krijg ik altijd een beetje jeuk van)

Je plek innemen gaat juist over kloppen.

Vanbinnen en vanbuiten.

Dat je niet groter gaat staan dan je bent.
Maar ook niet kleiner.

 

Dat wil zeggen dat je verantwoordelijkheid neemt voor wat van jou is.
En laat liggen wat niet van jou is.

Dat je niet op de stoel van je medewerker gaat zitten.
Niet op de stoel van je leidinggevende.
Niet op de stoel van je voorganger.
Niet op de stoel van je team.

Gewoon. Op die van jou.

Klinkt simpel en is het nog niet. 

Waarom je soms niet op je plek staat?

We nemen allemaal geschiedenis mee. Dat is geen drama. Dat is menselijk.

Je komt niet blanco een organisatie binnen. Je neemt jezelf mee. Je gezin van herkomst. Je eerdere werkervaringen. Je successen. Je teleurstellingen. Je behoefte aan erkenning. Je allergieën. Je oude overlevingsmechanismen. 

En precies daar wordt leiderschap interessant. Want een leidinggevende rol drukt op oude knoppen.

  • Iemand is teleurgesteld in je besluit.
  • Iemand vindt je te streng.
  • Iemand vindt je juist te slap.
  • Een medewerker vraagt aandacht.
  • Een opdrachtgever verwacht snelheid.
  • Een team wil duidelijkheid.
  • Een collega-manager heeft kritiek.

En ineens ben je niet alleen leidinggevende. Je bent ook weer even het kind dat niemand wilde teleurstellen. Of de oudste thuis die altijd verantwoordelijk was. Of degene die leerde: doe maar normaal, val niet op. Of degene die vroeger juist moest vechten om gezien te worden.

En dan reageer je niet alleen op wat er nu gebeurt. Je reageert ook op vroeger. Dat is geen zwakte maar het is wel belangrijk om te zien.

Want als jij niet weet welke oude rol geactiveerd wordt, denk je dat je professioneel handelt, terwijl je eigenlijk iets ouds aan het herhalen bent.

Ja dat doet even pijn om te horen maar het is wel waar.

Laten we eens een voorbeeld nemen: De beginnende leidinggevende die collega wil blijven

Een klassieker. Iemand groeit door vanuit het team en wordt leidinggevende. Mooi. Verdiend. Logisch én ingewikkeld.

Want gisteren hoorde je er nog bij. Vandaag moet je ook besluiten nemen, kaders stellen, aanspreken en soms iets zeggen wat niet iedereen leuk vindt.

Veel beginnende leidinggevenden blijven dan halverwege hangen. Ze willen wel leidinggeven, maar niemand verliezen. Ze willen duidelijk zijn, maar ook aardig blijven. Ze willen verantwoordelijkheid nemen, maar niet boven de groep staan. Dus gaan ze schipperen.

Een beetje leidinggeven.
Een beetje collega blijven.
Een beetje uitleggen.
Een beetje verzachten.
Een beetje hopen dat niemand boos wordt.

Dat lijkt vriendelijk maar het is  voor een team vaak onduidelijk. Bovendien voelen zij  feilloos aan wanneer jij je plek niet helemaal inneemt.

Weet je wt er dan gebeurt? Dan gaan ze zelf zoeken. Zoeken naar:

  • Wie beslist hier eigenlijk?
  • Wat bedoelt ze nu echt?
  • Is dit een verzoek of een besluit?
  • Mag ik hier nog over onderhandelen?
  • Meent hij dit, of waait het wel weer over?

En voor je het weet ontstaat er gedoe. Niet omdat jij een slechte leidinggevende bent. Maar omdat je plek niet helder is want waar jouw plek niet helder is, gaan anderen duwen, trekken of invullen.

Dat is geen verwijt. Dat is systeemlogica. Systemen zoeken ordening

Systemische uitgangspunten

Het zijn er drie; Binding (iedereen hoort erbij) ; ordening en balans tussen geven en nemen. Voor deze blog zoom ik in op de tweede wetmatigheid die van de ordening. 

Ieder systeem heeft behoefte aan ordening. Gezin, vriendenclub en zeker een organisatie. Ieder heeft een eigen plek. Als plekken door elkaar gaan lopen, ontstaat er vaak verwarring, spanning of gedoe. In de metafoor van De Fontein gaat het erom dat je je eigen plek inneemt en tegelijk de plek van de ander erkent.

In organisaties werkt dat ook zo. Denk aan:

Wie draagt wat?
Wie beslist waarover?
Wie hoort waarvoor verantwoordelijkheid te nemen?
Wie neemt te veel over?
Wie blijft juist te veel achterover hangen?
Wie wordt niet gezien?
Wie wordt steeds gered?
Wie wordt steeds buitengesloten?

Als die ordening niet klopt, gaan mensen reageren.

Soms zichtbaar. Met weerstand. Irritatie. Passief gedrag. Controle. Geroddel.

Soms onzichtbaar. Met afhaken. Voorzichtigheid. Vermoeidheid. Cynisme. Braaf meedoen zonder eigenaarschap.

Herken je dat? 

Dan kun je natuurlijk een communicatietraining organiseren. Zeker kan dat nuttig zijn. En toch…als het onderliggende patroon niet wordt gezien, leer je mensen vooral netter praten over dezelfde verwarring. Dat is ook zonde.

Precies hier besteed ik aandacht aan tijdens mijn leiderschap coaching, mijn training : het leiderschapsatelier maar ook in mijn toolkit zitten tools om hier mee om te gaan. Voor het gemak verwijs ik maar even naar mijn website www.francavanmontfoort.nl/aanbod

Je plek innemen vraagt drie bewegingen

De eerste beweging is erkennen wat van jou is.

Als jij leidinggevende bent, hoort daar verantwoordelijkheid bij.Voor richting. Voor duidelijkheid. Voor besluiten. Voor aanspreken. Voor het bewaken van kaders. Voor het voeren van gesprekken die nodig zijn.

Niet alles hoeft zwaar. Niet alles hoeft streng. Maar het hoort wel bij je plek.

Je kunt niet leidinggeven en tegelijk hopen dat iedereen altijd blij met je is. Dat is geen leiderschap. Dat is een abonnement op uitputting.

De tweede beweging is teruggeven wat niet van jou is.

Dit is voor veel leidinggevenden minstens zo moeilijk. Want wat nemen we graag over. Zoals;

Het ongemak van een medewerker.
De spanning in een team.
Het gebrek aan eigenaarschap van een ander.
De rommel die al jaren bestaat.
De emotie die iemand zelf moet leren dragen.

Natuurlijk ben je betrokken. Natuurlijk bied je steun. Maar steun is iets anders dan overnemen.

Als jij steeds draagt wat niet van jou is, maak je jezelf moe en de ander kleiner. Dat klinkt onaardig. Is het niet. Het is juist respectvol om iemand zijn eigen verantwoordelijkheid te laten dragen.

De derde beweging is verdragen dat niet iedereen jouw plek leuk vindt.

Deze is pittig. Want zodra jij steviger gaat staan, gaat het systeem reageren. Mensen die gewend waren dat jij alles oploste, vinden je ineens afstandelijk. Mensen die gewend waren dat jij altijd meeboog, vinden je ineens hard. Mensen die profiteerden van vaagheid, noemen je ineens controlerend.

Adem in. Adem uit. Dit hoort erbij.

Niet elke reactie betekent dat jij iets verkeerd doet. Soms betekent het alleen dat het systeem moet wennen aan jouw nieuwe plek. En wennen gaat zelden elegant.

Hoe weet je dat je niet op je plek staat?

Ik geef je een paar signalen.

  • Je legt besluiten eindeloos uit omdat je hoopt dat niemand teleurgesteld is.
  • Je voelt je schuldig als je een grens stelt.
  • Je neemt werk over omdat het sneller gaat.
  • Je stelt gesprekken uit omdat je de sfeer niet wilt bederven.
  • Je zoekt bevestiging voordat je een normaal besluit durft te nemen.
  • Je voelt je verantwoordelijk voor ieders gevoel.
  • Je bent moe, maar noemt het betrokkenheid.

Die laatste is verraderlijk. Want betrokkenheid klinkt mooi. Maar soms is betrokkenheid gewoon controle met een vriendelijk gezicht.

Dit is de vraag die ik je tijdens onze gesprekken zou stellen: 

Vanuit welke plek reageer je nu?

Vanuit mijn plek als leidinggevende? Of vanuit een oude rol?

De redder.
De pleaser.
Het brave kind.
De harde werker.
De controleur.
Degene die niet lastig wil zijn.
Degene die altijd sterk moet zijn.

Alleen al die vraag kan ruimte geven. Niet om jezelf af te keuren. Wel om te kiezen. Want daar zit vrijheid.

Niet in perfect reageren. Maar in merken: wacht even, dit is oud. En dan alsnog één stap doen die klopt bij je huidige plek.

Nogmaals; niet makkelijk maar noodzakelijk om op je plek als leidinggevende te gaan staan. En nogmaals; je hoeft het niet alleen te doen; ik help je er graag bij om die leidinggevende te worden die je wilt zijn vanuit je eigen plek. 

Ik geef je nog een paar voorbeelden: 

Niet: “Ik los het wel even voor je op.”

Wel: “Ik denk met je mee, maar de verantwoordelijkheid blijft bij jou.”

Niet:“Ik snap dat het vervelend is, dus laten we het besluit nog even uitstellen.”

Wel: “Ik snap dat dit schuurt. En toch is dit het besluit.”

Niet: “Ik wil niemand passeren, dus ik laat het maar open.”

Wel: “Ik hoor de verschillende belangen. Ik hak vandaag de knoop door.”

Niet: “Ik moet zorgen dat iedereen mij aardig vindt.”

Wel: “Ik wil betrouwbaar zijn. Dat is iets anders dan altijd aardig gevonden worden.”

Kijk.

Dat is plek innemen!

Tot slot

Je plek innemen is geen eenmalige actie. Het is geen vinkje. Zo. Gedaan. Ik sta.

Was het maar zo makkelijk. Je plek innemen is iets wat je steeds opnieuw doet.

In gesprekken.
In besluiten.
In spanning.
In stilte.
In dat ene moment waarop je merkt dat je weer wilt redden, pleasen, duiken of bewijzen.

Dan kun je terug. Naar jezelf.  Naar je rol. Naar wat klopt.

In mijn vorige blog ging het over de stap van inzicht naar gedrag. Misschien is dit wel de laag daaronder. Want gedrag verandert pas echt als je niet alleen anders doet, maar ook anders gaat staan. Op je eigen plek. Niet groter. Niet kleiner. Gewoon daar.

En vanuit die plek wordt de volgende vraag belangrijk: Durf je ook duidelijk te zijn?

Daarover gaat mijn volgende blog. Want duidelijkheid wordt vaak verward met hardheid.

Terwijl het in leiderschap misschien wel één van de vriendelijkste dingen is die je kunt geven.

 

Franca van Montfoort

Geschreven door
Franca van Montfoort

Wellicht vind je dit ook interessant?

Patronen

Patronen

Ze kunnen ons toch zo in de weg zitten!  In mijn vorige blog schreef ik over duidelijk zijn. Niet hard.Niet bot.Niet...

Lees meer